Station: [2] In het hart van de rots


U bent aangekomen. Midden in de berg. Neem alstublieft plaats op de voorste linker kerkbanken.

Denk nog eens terug aan de gang waar u zojuist doorheen bent gekomen. Met de eerste stap naar binnen is alles veranderd. De lucht werd koeler. Het licht schemeriger. Het lawaai van het dal bleef achter u. U bent letterlijk door de berg heen gegaan.

Hoe middeleeuws deze tunnel ook aanvoelt, dat is hij niet. Hij is pas in 1980 en 1981 in de harde rots geboord en opgeblazen. Daarvoor was in een omvangrijk project de gehele rotswand boven de kerk beveiligd. De vroegere toegang liep namelijk aan de buitenkant langs de overhangende wand. Juist dat werd te gevaarlijk.

De rotsmassa’s boven deze plek hangen al sinds mensenheugenis als een zwaard van Damocles boven de kerk en de stad. Steeds weer braken er brokken los uit de wand. Op een keer trof het de kerk met volle kracht. Op 23 december 1742, twee dagen voor Kerstmis, verwoestte een rotsinstorting het godshuis. Het gotische kruisgewelf van het hoofdschip werd volledig vernietigd. Slechts op één plek zijn de overblijfselen ervan vandaag de dag nog te herkennen. Een tijdgenoot schreef destijds in grote lijnen dat het nauwelijks raadzaam was om de kerk op deze gevaarlijke plek weer op te bouwen. Toch deed men het. Maar nu met een eenvoudig houten plafond in plaats van het stenen gewelf.

Tegenwoordig houden enorme ankers diep in de berg en staalnetten de wand stevig op zijn plaats. En de tunnel waar u doorheen bent gekomen, is bovenal één ding: uw veilige weg naar binnen en later weer naar buiten.

Kijk nu eens rustig om u heen. U bevindt zich in het hart van de rotskerk. In een ruimte die wereldwijd bijna uniek is. Links, rechts en boven u ziet u muren en gewelven die door mensenhanden zijn gemaakt. Maar daar waar in elke andere kerk een gepleisterde achterwand zou staan, ziet u kale, ruwe rots. De berg zelf is de achterwand van dit godshuis.

De natuurlijke rotsgrot waarin de kerk is gebouwd, is ongeveer 25 meter lang, 17 meter diep en gemiddeld 12 meter hoog. Dat levert een holle ruimte op van zo’n 5000 kubieke meter in massief gesteente.

Misschien valt het u op dat de steen op sommige plaatsen vochtig glanst. Dat is geen bouwfout. Dat is de natuur. Sijpelwater baant zich al eeuwenlang een weg door het gesteente. Voor de bouwers was dat een enorme uitdaging. Achter het altaar en aan de zijkanten zijn er goten in de steen uitgehouwen. Die voeren het water onopgemerkt af. Deze kerk bestaat al meer dan 500 jaar, omdat de mensen hebben geleerd zich aan te passen aan de rots, in plaats van ertegen te vechten.

Ook de muur aan de kant van het dal is ongebruikelijk. Deze is tot wel 1,90 meter dik. Sommige van de kleine raamopeningen doen eerder denken aan schietgaten dan aan kerkramen. Onderzoekers vermoeden daarom dat hier vóór de kerk een verdedigingswerk stond, een onderburcht, die in oude oorkonden ook simpelweg ‘het gat’ wordt genoemd. Deze ruimte diende de inwoners van Oberstein dus waarschijnlijk al als schuilplaats, lang voordat het een plaats van gebed werd.

Idar-Oberstein had ook een stadsmuur en de restanten daarvan werden gebruikt voor de bouw van de kerk. De overblijfselen van de stadsmuur zijn te zien bij de uitgang van de kerk.

Tot 1964 was de Felsenkirche de protestantse parochiekerk van Oberstein. Tegenwoordig vinden hier nog af en toe kerkdiensten plaats, op kerstavond de kerstmis en regelmatig huwelijksvoltrekkingen. Men trouwt namelijk bijzonder graag op deze bijzondere plek. Zo blijft de Felsenkirche tot op de dag van vandaag een ruimte tussen berg, geschiedenis en levend geloof.

Felsenkirche

< Prev Overview Next >

All rights of this audioguide are reserved by Felsenkirche